|
Besprekingen van ‘In de gloed van vulkanen’
Door: Marcel Orie in Holland SF
je vindt zelden een roman die zo rijk is aan intrigerende ideeën, en die tegelijkertijd met zoveel vaart, kleur en fantasie wordt opgediend.
In de verhalen en romans rond Hans d’Ancy schildert de auteur ons een alternatieve toekomst waarin de Gouden Eeuw van de Nederlandse Handelscompagnie nooit geëindigd is. Dat is niet het enige verschil met onze wereld. Integendeel, op de aarde van Tais Teng werkt magie als een wat onberekenbare wetenschap en is de aanwezigheid van talloze goden duidelijk voelbaar. Etherschepen doorkruisen de lucht en kleurrijke biotechnologie is alom. Het verhaal begint met een plan van de Handelscompagnie om de overbevolking te spreiden door nieuwe eilandenketens te scheppen door vulkaangoden aan het werk te zetten. Klinkt origineel, nietwaar? Bij Teng is het slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg. Het plan leidt tot een reeks ontvoeringen, achtervolgingen, gevechten en gevallen van bezetenheid die onze helden en hun tegenstanders over de hele wereld voeren. Drinkend met goden, mandoline spelend, vliegend in etherschepen, scheurend in koetsen door organische Inca-steden en strijdend met Azteekse geheimagenten en de Japanse gewetenspolitie. Het plot giert voort als een hogesnelheidstrein, maar iedere halte die aangedaan wordt is het bezoeken waard. (“In die omgevallen toren castreren de Negen Rechtvaardige Mannen lastkamelen en lieden die de schaduw van hun schoonmoeder vastgespijkerd hebben.”) Een tomeloze horde karakters beleeft deze avonturen, waaronder grootsmeester Pentalucci, Hans en zijn vriendin en Niels Sterckenarm (de eerste ethervaarder op de maan, die met beroemde woorden nog eens aantoont dat Tengs universum werkelijk een alternatieve versie is voor dat van ons) de belangrijkste protagonisten zijn. Teng presenteert locaties en situaties die je denkt te herkennen, waarna hij het je direct weer laat duizelen met zijn grillige en eigenaardige vondsten en beschrijvingen. Niets is zeker of vaststaand. Deze continue wisselwerking tussen bekend en vreemd maakt de roman zo intrigerend. Schijnbaar moeiteloos mengt Teng verschillende genres tot zijn roman: Fantasy en Science Fiction, pseudowetenschap, de mythen en folklore van tal van culturen en geheel eigen creaties. In de smeltkroes van Teng wordt het tot een ondeelbaar gestalt, waarvan het resultaat meer is dan de som van delen. En dan is er nog het taalgebruik: aan een paar woorden heeft Teng genoeg om zijn lezers de wonderlijkste creaties haarscherp te laten visualiseren. Schijnbaar achteloos strooit hij zijn breinparels uit de mouw. Ter illustratie: “De koets ratelde over een boulevard van hardglazen klinkers. Langs huizen met balkons waarvan het houtwerk even ornamenteel als een koekoeksklok was.” (p.70) Het klinkt als iets dat een hallucinerende Anton Pieck zou tekenen. En nog een dan, om aan te geven hoe eigenaardig mooi het werk van Tais Teng is: “Carmens katapult was uit parelmoer gesneden: een echt dameswapen. Desondanks bijzonder effectief. De levende spier kon een loden kogel door een eikenhouten deur drijven.” (p. 84) Het trefzekere taalgebruik maken illustraties eigenlijk overbodig, maar zeker niet ongewenst. Drie illustraties van de auteur (de kleurrijke kaft en twee zwart-wit tekeningen die ieder twee pagina’s beslaan) maken een begin met het verder visualiseren van Tais Tengs wondere wereld…. nu is het nog wachten op een verfilming. In de Gloed van Vulkanen dient gekoesterd te worden omdat je maar zelden een roman vindt die zo rijk is aan intrigerende ideeën, en die tegelijkertijd met zoveel vaart, kleur en fantasie wordt opgediend.
Door: T. ten Berge, Nederlandse Bibliotheekdienst
Nieuwe avonturen van Hans d’Ancy, magisch detective. Zoals altijd is Teng sprankelend, achteloos geestig en vindingrijk. Hans raakt betrokken bij een plan om de hoeveelheid bewoonbaar grondgebied te vergroten met behulp van een vulkaangodin. Uiteraard heeft de godin andere plannen. Maar niet getreurd: zij die het ware geloof aanhangen, zullen overleven! Dat de godin het lichaam van Hans’ vrouw in beslag heeft genomen, doet zijn religieuze gevoelens zeker niet toenemen. Hans d’Ancy-boeken zijn los leesbaar, maar kennis van andere delen is zeker aanbevolen, al was het maar om Tengs unieke, Vance-achtige stijl te leren kennen. Helaas bevat het boek nogal wat fouten. Om de twee pagina’s komt men wel een zetfout of zelfs stijlfout tegen. Buiten dat is dit niet Tengs beste. Maar ‘niet Tengs beste’ is beter dan de meeste Fantasy.
|