|
Volgens eigen zeggen is hij afkomstig uit een circusfamilie. Een dame wier woord ik geloof, beweert dat hij jarenlang het Leidse studentenleven onveilig heeft gemaakt met zijn macabere grappen en grollen. Zijn naam googlen op internet levert prikkelende verwijzingen op naar sites die stuk voor stuk niet meer toegankelijk zijn. Een eenvoudig detail als het litteken op zijn onderarm kan hij door tal van verschillende onwaarschijnlijke geschiedenissen verklaren. Ik ken hem nu al heel wat jaren, maar toch weet ik niet hoeveel van zijn sterke verhalen waar zijn.
Marcel Orie oogt weer (bedrieglijk?) normaal, als we elkaar treffen op de winderige promenade van Kijkduin. Het uitzicht is een grauwe zee. De eerste regendruppels vallen al. We haasten ons één van de uitspanningen binnen. Zich warmend aan de dampende chocolademelk vertelt Orie over zijn debuutroman, Een masker met een tong.
Een roman verteld in tien hoofdstukken die op het eerste gezicht aparte verhalen lijken te zijn. Een illusie die al snel overboord gegooid moet worden. Waarom heb je gekozen voor deze vorm?
Ik kwam op het idee door een roman van Junichiro Tanizaki, De sleutel, waarin je door verschillende perspectieven uiteindelijk een compleet beeld krijgt van wat er zich nu eigenlijk heeft afgespeeld. Het idee om de lezer zelf op zoek te laten gaan naar het ware verhaal, dat spreekt me heel erg aan. Wanneer je schrijft over misschien wel de meest beruchte leugenaar ooit, de grote charlatan Cagliostro, dan wordt het interessant om gebruik te maken van een vuistvol verschillende perspectieven. Het is aan de lezer om te achterhalen wat er nu werkelijk gebeurd is. Mijn idee is om alles te verdraaien en te veranderen, zodat de bekende verhalen in een ander voetlicht komen te staan. Wat bekend lijkt, is in werkelijkheid iets heel anders, en iets dat vreemd lijkt, is eigenlijk iets heel gewoons. Op die manier hoop ik dat de lezer aan alles wat ik opdis in die verhalen begint te twijfelen: ieder element moet nauwkeurig bekeken worden voordat de rol en functie ervan duidelijk wordt. Met een sceptische houding kan de speurtocht naar de ongrijpbare Cagliostro ingezet worden. Maar natuurlijk is dat gepuzzel niet noodzakelijk. Bijna alle hoofdstukken waaruit het boek is opgebouwd zijn al eens eerder als losse verhalen verschenen. Dat was ook mijn opzet: het moet allemaal los en vlot te lezen zijn. Maar samengebracht vormen ze een verborgen roman, ze krijgen, als ik mijn werk tenminste goed gedaan heb, een meerwaarde. Voor de lezer die ernaar wil speuren, valt er een groter conflict te ontdekken; ieder hoofdstuk biedt een ander perspectief op dit conflict.
Je hebt al eens ergens geschreven dat je meer van de mogelijkheid houdt dat een verhaal waar is, dan van de zekerheid dat het zo is.
Ja, klopt, waarom dat precies zo is, weet ik niet. Het zal met mijn persoonlijke achterdocht te maken hebben. Daarbij vind ik onbetrouwbare vertellers iets toevoegen aan een verhaal, ze creëren een fundamentele onzekerheid, een inherente spanningsboog. En daarbij is het gewoon leuk om mooie leugens op te dissen, een soort van schuldig genoegen. Er is een Chinees spreekwoord dat zegt: hoe langer de verklaring, hoe groter de leugen. Ik had iets meer dan honderdduizend woorden nodig om het verhaal over Cagliostro en zijn twee leerlingen te vertellen, dus je kunt je voorstellen wat een uitgebreide onwaarheid dat moet zijn.
Iemand die de nodige literatuur achter de kiezen heeft, vindt vele verwijzingen naar klassieke werken. Ik ga ze hier niet opnoemen (de lezer mag ze zelf ontdekken), maar ergens werd ik getroffen door een situatie die rechtstreeks van Fritz Leiber afkomstig leek. Bewust of onbewust?
Bewust. Volgens mij moet je goed bekend zijn met het werk van Leiber om dat detail eruit te vissen, maar voor een liefhebber is het waarschijnlijk erg in het oog springend. Zoals ik al zei, dat was het plan met dit boek: te zorgen dat je het kan waarderen ook al herken je niet alle verwijzingen die erin zitten.
Het boek put overduidelijk uit allerlei bestaande literatuur en verhalen, maar is niet direct een hommage. Het was mijn manier om te spelen met al die invloeden die ik interessant vind: cyberpunk, spaghettiwesterns, de bijbel, gangsterfilms, sprookjes, superheldencomics en manga... om maar een selectie te noemen. En dan zijn er nog de ‘historische geruchten’ rond Cagliostro die als een soort pseudo-mythologie moeten gaan functioneren. Het is een vreemde mix geworden.
Zit daar een verlangen naar afwisseling achter?
De schrijver William S. Burroughs, wiens literair alter-ego ook nog een klein rolletje heeft in mijn boek, noemde zijn verhalen ‘routines’. Die routines kon hij naar hartelust variëren, combineren en herhalen. Dat deed hij tijdens optredens, maar ook in zijn publicaties. Het lijkt me heerlijk om een bluesversie te kunnen schrijven van “Het hoofdstuk Midori” of een akoestische uitvoering van “Alfa Bravo Cyborg”. Maar verhalen zijn nu eenmaal geen muziek. Een cd draai je keer op keer, maar alleen je meest favoriete boeken lees je meer dan één keer.

In je boek zitten ook duidelijke verwijzingen naar bijvoorbeeld Apocalypse Now en Blade Runner. Je bent een schrijver die erg in beelden vertelt. In hoeverre word jij beďnvloed door films?
Ik zie mijn verhalen voor me in mijn hoofd en probeer dat op te schrijven. Ik weet hoe de personages eruit zien, hoe ze klinken en wat hun maniertjes zijn. Hetzelfde geldt voor de plaatsen. Ik weet precies hoe die eruit zien. Het moeilijkste vind ik altijd nog om het spaarzaam in woorden te vangen. Ik geloof dat beschrijvingen spaarzaam moeten zijn omdat je anders de vaart uit je verhaal verliest en daarmee ook je lezers. Niemand zit te wachten op een paar duizend woorden over de omgeving. Maar inderdaad, films zijn altijd een belangrijke inspiratie. De relatie tussen boeken en moderne ‘hippe’ media als films en games, vind ik een interessant fenomeen. Moeten we anders gaan schrijven om de concurrentiestrijd aan te kunnen? Of moet het boek juist een traditioneel middel blijven voor de verstokte leesliefhebber? Ik weet het niet. Maar ik geloof dat er in ieder geval genoeg over verhalen vertellen te leren valt uit andere media. Vooral in de tweede helft van Een masker met een tong heb ik geëxperimenteerd met filmische trucs. Flashbacks, flashforwards, terugspoelen, close-ups, overzichtsbeelden, film-in-film-beelden, screenplays. Dat was leuk om te doen. En interessant, omdat je met een film binnen een verhaal weer een apart werkelijkheidsniveau krijgt.
Een andere rode draad die door het boek loopt, is jouw onbegrijpelijke fascinatie met circussen en kermissen.
Ik vind die wereld mateloos interessant. De kleurige buitenkant en de mens onder de schmink. Enerzijds is dat tijdloos. Als je er op de juiste manier naar kijkt, zijn er veel overeenkomsten tussen bijvoorbeeld Commedia Dell’Arte en de Marx Brothers. Aan de andere kant is het zo dat sommige vormen van dit vermaak wel dreigen uit te sterven. Vooral de kleinere circussen hebben heel veel moeite om het hoofd boven water houden en voorstellingen als freak shows zijn natuurlijk helemaal op sterven na dood. Op de kermis waren er vroeger boksringen of kon er met een beer geworsteld worden. Tegenwoordig is het nauwelijks meer dan in de rij staan voor weer een ritje waarbij je ondersteboven gehouden wordt, door elkaar geschud of afgeschoten. Ik heb niets tegen een achtbaan, maar ik heb toch liever zo’n campy spookhuis met fluorescerende geraamten en een geschminkte vent die vlak voor het eind schreeuwend achterop je karretje springt. Als ik mag kiezen, ga ik liever kijken naar zo’n wilde kerel waarop je met dartpijltjes mag gooien en die ook nog even smakelijk een gloeilamp opvreet. Alleen de binnenpraters zijn de prijs van het entreekaartje vaak al waard. Bij grote circusspektakels als Cirque du Soleil krijg je natuurlijk waar voor je geld, maar het zijn vooral die kleinere acts die optreden op braderieën of festivals die ik erg de moeite waard vind. Met inventiviteit en veel gevoel voor drama moeten ze je laten vergeten dat ze op een armetierig zijtoneeltje staan op te treden. Zelfs wanneer de tweedehands trucs mislukken, weten ze dat vaak nog aardig te verbloemen. Daar zit voor mij iets heel aantrekkelijks in. Het heeft te maken met nostalgie en is gekleurd met een vleugje melancholie, maar dat is niet alles. Ik ben momenteel bezig met weer een boek over kermistaferelen, het moet Allemaal Waarvertelde Verhalen gaan heten en het heeft alles dat ik zo mooi vind: een getatoeëerde fakir die vuur vreet en met krokodillen worstelt, een zwaarmoedige clown, een drankzuchtige messenwerper en een licht ontvlambare Italiaanse familie van trapezewerkers.
Er komt soms erg grof geweld voor in Een masker met een tong. Wat wil je daar mee uitdrukken?
Het hoort bij de zelfkant van de samenleving. Die donkere ellende. Het is de schaduwzijde van het zwervend bestaan dat Cagliostro en de zijnen leiden. In de strijd om te overleven wordt er zo nu en dan gehakt en vliegen de spaanders in het rond. Maar het is lastig om geweld te beschrijven: het stompt snel af en vervalt tot een Terminator-achtig niveau. Ik heb die valkuil proberen te vermijden door de scčnes te doseren en door de afwisseling van over-the-top cartoon geweld en meer realistisch, maar inderdaad nauwelijks minder ver gaand, geweld.
Komt er eigenlijk een vervolg over Cagliostro? Er lijkt mij genoeg te vertellen, maar wil je wel alles onthullen?
Een direct vervolg niet, maar mijn personages hebben de neiging om tussen de verschillende verhalen en werelden heen en weer te sluipen. Ik weet nooit goed wat daar weer uit komt. Maar wat Cagliostro betreft, ben ik tevreden. Tais Teng heeft zich door de vertellingen laten inspireren en heeft een prachtige omslag voor me gemaakt. De cirkel is rond.
Die cirkel is een belangrijk symbool in je roman. Het duikt overal op, maar het meest in het oog springend in het zegel van Cagliostro.
Ja, het uit zich ook in de meestal uitzichtloze situaties van de personages: ze gaan rond in uitgesleten banen. Niets verandert, hoe hard ze ook proberen. Er zijn geen eenvoudige oplossingen. Geen goudgelamineerde pil die je als medicijn in kunt nemen. Het gaat om twijfel, onzekerheid. De figuur Cagliostro is daarin de uitzondering: hij zit niet vast in de verhaaltjes, maar glipt er behendig tussendoor. Maar goed, de grote Cagliostro heeft dan ook de tijd, want als je hem moet geloven heeft hij de piramides nog zien bouwen.
Tot slot: de theorie gaat dat de personages in een verhaal facetten zijn van de ziel van de schrijver. In hoeverre is de Cagliostro uit Een masker met een tong Marcel Orie? Of is Marcel Orie misschien Cagliostro? Kom op, geef ons de feiten. Wij hebben waarheid verdiend! ...
(Zonder iets te zeggen staat Marcel Orie op, een glimlach siert zijn schuddende hoofd. Weggedoken in zijn jas verdwijnt hij over de grauwe boulevard van Kijkduin. Het enige dat van het gesprek rest, zijn de woorden in mijn hoofd en een vochtige cirkel die de warme chocolademelk op het servetje heeft achtergelaten.)

(c) 2008 Jaap Boekestein en Marcel Orie. Nadruk en verdere verspreiding verboden.
|