|
Besprekingen van ‘Ragnarok’
Door: Eddy C. Bertin in Cerberus
‘Heel degelijke en erg gevarieerde staalkaart van wie er wat schrijft in SF, fantasy en horror’
Ragnarok zet de traditie van het jaar1ijkse SF-boek van wijlen Ganymedes verder. 13 meestal speciaal geschreven verhalen die een kruisbestuiving zijn van alle subgenres: van harde SF tot allegorie, van fantasy tot griezel en strikte horror. "Olimpia, een oud, verlokkend lied" van Peter Cuijpers is een van zijn typische combinaties van een traditioneel SF-thema (het generatieschip) met andere elementen (hier opera en emotie) en dit verwerkt in een verbluffend nieuw geheel. Tais Teng gaat de sprookjesachtige fantasy-toer op met het heel leuke "De Sifarch en het spinnenmeisje", een legende van (hoe raad je het) Cotrahvine. Guido Eekhaut levert twee van zijn typische bizarre extrapolaties in zijn eigen subgenre van literaire SF-getinte fantastiek. Van Jan Bee Landman krijgen we "De Parkeergarage", een puik monsterverhaal (dat ik destijds nog net in.een der laatste nummers van SF-Gids kon opnemen) dat niet aangeraden isvoormensen metclaustrofobie. Van mezelf is "Onderhuids" opgenomen, een SF-monsternovelle die 10 jaar geleden geschreven werd maar ongepubliceerd bleef (ze was bedoeld voor de Cube-bundel Demonen en andere goede engelen, die nooit verscheen), en waarop ik in 1992 mijn jeugdroman Metro van de angst baseerde. Verder verhalen van Jaap Boekestein, Paul Evenblij, Gerben Hellinga, Jr., Jan J.B. Kuipers, Mike Jansen en Paul Har1and. Heel degelijke en erg gevarieerde staalkaart van wie er wat schrijft in SF, fantasy en horror in Neder1and en Vlaanderen; aangevuld met korte notities over de auteurs. Moge "Ragnarok" een jaarlijkse traditie worden.
Door: A. de Vor voor de Nederlandse Bibliotheekdienst
Een verhalenbundel van sf-schrijvers uit het Nederlands taalgebied. De meestal recent geschreven verhalen vertegenwoordigen de verschillende sf-motieven en stijlen zoals techniek, vliegende schotels en tijdmachines uit de jaren 40-50; sociologische, psychologische en filosofische motieven uit de jaren 60-70 en horror en fantasy uit de jaren 80-90. Deze verscheidenheid van stijlen en tableau van smaken maken het boek ook geschikt voor de beginnende sf-lezer. De sociale, psychologische en filosofische aspecten van de verhalen zetten de lezer aan het denken en laten ruimte voor een eigen interpretatie. Zowel de tekening op het omslag als de enige zwart-witte illustratie die het boek telt, passen goed bij de verhalen.
Door: Hubert van Eygen in Weirdo
Een deeltje van die bruisende ondergrond vinden we in het onlangs gepubliceerde "SF Jaarboek 1994", een publikatie van de nog jonge uitgeverij Babel Publications uit Rijswijk, waarin zogezegd de meest originele sf-, fantasy en griezelverhalen van het jaar werden bijeengebracht. Wie science fiction, horror en fantasy in al zijn facetten wil bekijken moet zeker dit jaarboek eens doorsnuffelen. Er staan verhalen in van bekende en minder bekende sf- en fantasyauteurs zoals Eddy C. Bertin, Jaap Boekestein, Guido Eekhaut, Paul Harland en Tais Teng. Vooral het verhaal 'Onderhuids' van Eddy C. Bertin is een pareltje waarin fantasy en horror hand in hand gaan. Dit jaarboek wil de rol overnemen van de vroeger door Bruna uitgegeven 'Ganymedes'-bundels. Wat betreft het niveau van de verhalen is men daarin gelukt. Enkel wat betreft de typografie is het nog voor verbetering vatbaar!
|