![]() |
|
|
|||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
|
|
|||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||
|
lees een volledig verhaal uit
steden van zilver en leisteen door Tais Teng
De arctische brug
De brug slingert zich van Hamburg de Oostzee in, springt van Deens eiland naar eiland, tikt Noorwegen op drie plaatsen aan en duikt dan het onpeilbare Noorden in. Ik had samen met Yvonne de ICE-trein naar de Noordkaap genomen, waar de brug de aarde verlaat en verder de leegte in zwiept. We keken omlaag in de bulderende waterval aan Wereldeind. Je kent het beeld uit honderden documentaires: watervallen zover het oog reikt en de zwierende meeuwen, de kleurige reuzenwespen. Soms sprong er een panische potvis uit de monsterkolken om parallel aan de waterval neer te storten en razendsnel tot een stipje te krimpen. ‘Als we de brug nu eens afliepen?’ peinsde Yvonne. ‘Gewoon over het hek klommen? Zo hoog is het hek niet.’ ‘Geen lucht,’ zei ik. ‘Al na tien kilometer wordt de lucht te ijl om te ademen.’ ‘Maar als?’ drong ze aan. ‘En misschien gaat de brug uiteindelijk toch ergens naartoe? Naar de andere zijde van de wereldkloof? De Grieken hadden het over Ultima Thule. Over kusten van barnsteen, die op de diepe vloed dreven. Over leviathans zo groot als provincies.’ Ik schudde mijn hoofd. ‘En waar zijn ze nu? De bouwers?’ Ik dacht aan de doodstille, verlaten steden. De Acropolis waar alleen hagedissen woonden, de Tiber die onder gebroken bruggen stroomt en ik voelde de zuigkracht van de leegte, de beloftes van een weg die misschien letterlijk geen einde had. ‘Waar zijn ze nu?’ herhaalde ik en ineens leek de wind me niet langer heerlijk fris maar ondraaglijk koud.
(c) 2009 Verschijnsel en Tais Teng. Herdruk en verdere verspreiding verboden
|
||
|
|
|
||||||||||||||||||||
![]() |
|
illustratie Verschijnsel-toren (c) 2008 Tais Teng |