|
Besprekingen van ‘Water tot ijs’
Door: Robert Smets voor de Nederlandse Bibliotheekdienst
Een bijzonder complexe debuutroman die én aan Van Vogt én aan Jeroen Bosch herinnert,.met een ongebreidelde verbeelding en een dito taalgebruik.
Babel lijkt wel de enige uitgeverij die thans nog oorspronkelijk Nederlandstalige SF publiceert. Paul Harland won meermalen de King-Kong award en publiceerde voordien bij Babelook reeds de verhalenbundel Remote Control. Water tot IJs speelt opeen weinig herbergzame planeet waarvan een groot deel aan aliens is overgedragen. De menselijke hoofdfiguren wensen die weer te zien vertrekken, maar zij missen inzicht in de levenswijze en in de levensvisie van zovele hoogstverschillende kulturen en op de tocht die zij ondernemen, wachten hen dan ook verrassingen en beproevingen. Een bijzonder complexe debuutroman die én aan Van Vogt én aan Jeroen Bosch herinnert,.met een ongebreidelde verbeelding en een dito taalgebruik.
Door: Henk Gijzen in SF Terra
Ik ben dit boek ingedoken om 232 pagina’s later met rode oortjes er weer uit tevoorschijn te komen. .. Wat een weergaloos verhaal! Paul schetst een wereld die bevolkt wordt door vele buitenaardse bizarre rassen, die elk op hun beurt de feitelijke bewoners van de wereld benadelen door de wereld te vervuilen. Doordat die bewoners daardoor een noodlijdend bestaan lijden nemen velen de wijk naar de gebieden van de vreemdelingen. Daar wacht hen een hel of in feite vele hellen. Iedere ‘ring’ vertegenwoordigt en ras en zij moeten vele ringen doorlopen om bij een neutrale Observator te komen. .. Echter, de meeste bewoners bereiken de Observator niet, maat sneuvelen in de ringen van de anderlingen. En daar is het, waar Paul zijn ongebreidelde fantasie op loslaat. .. Op een verschrikkelijk intrigerende manier geeft Paul zijn visie op de hellen. Zo beeldend en zo fantasierijk, dat de rillingen mij over de rug liepen bij sommige van de ringen en hun bewoners. ... Dit boek moet u gelezen hebben. Er zijn vele jaren voorbij gegaan voordat ik weer eens een boek van een dergelijk hoog gehalte in de vingers kreeg.
Door: Eddy C. Bertin in Cerberus
Drie broeders worden op een bizarre planeet (die onze eigen Aarde zou kunnen zijn) op sleeptouw genomen door een avonturier met een heel eigen mysterieus doel, in een odyssee die het voortbestaan van hun wereld moet verzekeren. Deze wereld is namelijk ingehuurd door een tiental rassen van Anderlingen (onaardsen) die elk een eigen 'zone' bezitten. Tijdens hun queeste naar de Observator die heel het zaakje zou moeten leiden) komen ze in contact met ettelijke onaardse rassen die elk op hun eigen (meestal geheel sadistische manier) gevangen of overleden mensen gebruiken in een cosmisch experiment dat lijkt op een verwezenlijking van de diverse fazes van het hiemamaals en vooral de Hel zelf, a la Dante en veel erger (bepaalde beschrijving hebben een nefaste invloed op de maag). De drie zelf zijn symbolen: de idealist die deze Aarde weer zuiver wi! maken voor de mensheid, de oorlogzuchtige die aile Anderlingen dood wil, en de wereldvreemde kunstenaar op zoek naar een droombeeld. Samen moetenze de zuivering van de aarde waarmaken, eventueel via een allesvernietigende oorlogtegen de Anderlingen. Een eerste roman van Paul, en een heel bizar boek. SF door de thematiek, maar voor mij veeleer een 'dark fantasy', een combinatie van elementen uit de allegorische fantastiek met een geapprecieerde terugkeernaar de 'sense of wonder', en een superscience a la jonge Van Vogt. Pauls fantasie inzake de Anderlingen is werkelijk grenzeloos, zo ook de gruwelen die hij tentoonspreidt. Het geheel leest vlot, maar is niet altijd coherent (soms verwart hij zelfs zijn personages) en precies deze tomeloze fantasie (en vaak repetitieve dialogen, die soms aan het absurdegrenzen) wijkt te ver af van wat modeme SF geworden is: overdosis is schadelijk, Paul! Niet perfect dus, maar zeker een interessante debuutroman die thematisch echter wat te hoog grijpt.
|